David Serphos

David Serphos

Maakte als directeur van de Joodse Gemeente bij de totstandkoming van de huidige eroev de vertaalslag tussen het rabbinaat en overheidsorganisaties. Ook fotografeerde hij de voorbereidingen.

“Toen ik hoorde dat de eroev hersteld zou worden, nam ik als directeur van de Joodse Gemeente de taak op me om overheidsdiensten te benaderen.

Omdat ik vanuit het rabbinaat zowel de Joods-wettelijke kant ken, als de gedachtenwereld van de seculiere overheid, durfde ik het aan om dit niet-alledaagse project aan de man te brengen. Ik had daarbij soms te maken met ambtenaren die met hun oren stonden te klapperen als ze hoorden wat we van plan waren en waarom dat voor ons belangrijk was. Dat het nogal ver van hun bed lag, is een understatement.

Ik legde graag uit dat de eroev een eeuwenoude geschiedenis heeft in Amsterdam, dat veel grote wereldsteden er een hebben en ik liet vooral zien waarom we een eroev wilden. Dat het een symbool kon vormen van de succesvolle integratie van de Joodse gemeenschap. Door de openbare ruimte óók te beschouwen als Joods domein, zouden we deel uitmaken van de bredere samenleving. Zo voelde ik het.

De burgemeesters van Amsterdam en Amstelveen, Job Cohen en Jan van Zanen, waren snel om. Bij de kleinere gemeenten moest ik vooral de symbolische aankoop van de grond uitleggen, maar uiteindelijk kregen we alle burgemeesters aan onze zijde. Ook die van Jacobswoude, waar Leimuiden destijds onder viel: een gemeente waar volgens mij geen Joden wonen.

Maar er waren meer partijen betrokken bij de totstandkoming van de grens. Op enkele punten in de eroev bevinden zich kastjes met kettingen erin, die over de weg of de rails gespannen kunnen worden. Dat hoeft niet elke sabbat te gebeuren, maar voor de rabbinale goedkeuring moest wel vastgesteld worden of de kettingen goed afgesteld waren. Dat betekende dat ik met partijen als de politie, GVB, NS, Prorail en Rijkswaterstaat niet alleen moest onderhandelen over de pláátsing van de grensmarkeringen, maar ook over het eenmalig afsluiten van de wegen en de rails om de afsluiting daadwerkelijk te laten plaatsvinden.

Dat lukte: het auto-, trein- en metroverkeer werd dan vijftien minuten stilgelegd. In die tijd sloten de rabbijnen de wegen af en gingen ze aan het meten. Die sessies liepen natuurlijk uit omdat het rabbinaat zorgvuldig te werk ging. De eroev moest aan ontelbare regels voldoen en er mocht niets fout gaan door een meetfout. Omdat ik de betrokken instanties had verkocht dat het maar even zou duren, dacht ik dan: schiet toch een beetje op. Maar ik had gelukkig veel goodwill van alle betrokkenen.

Ik ben trots op mijn aandeel in de totstandkoming van de sabbatgrens: dat het me gelukt is al die partijen mee te krijgen bij wat voor hen moet hebben geklonken als een onwaarschijnlijk verhaal. Voor alle direct betrokkenen heb ik destijds namens de Joodse Gemeente bomen laten planten in Israël als symbolische dankbetuiging.

In de Joodse gemeenschap is het een goede traditie om over alles te discussiëren en dat betekent dat waar er voorstanders zijn, je altijd ook tegenstanders zult vinden. De eroev is daarop geen uitzondering. Er is een handjevol notoire negatievelingen, dat wisten we van tevoren. Wat meer indruk op me heeft gemaakt is de oprechte dankbaarheid die veel jonge gezinnen toonden na voltooiing van de eroev. Zij konden nu met kinderwagens naar de speeltuin en op familiebezoek. Ik voel dat ik door mijn aandeel in het oprichten van de eroev echt heb bijgedragen aan de leefbaarheid van Joods Amsterdam en omstreken.”


FOTO'S HIERONDER: (C) DAVID SERPHOS, 2007.