Rabbijn Eliëzer Wolff

Rabbijn Eliëzer Wolff

Als voorzitter van het rabbinale hof van Amsterdam onder meer verantwoordelijk voor de huidige eroev, en mede-oprichter ervan.

“Om te begrijpen wat een eroev is, moet je eigenlijk eerst de essentie begrijpen van de rustdag die sabbat is. Op die dag is het voor Joden verboden om te werken, of iets preciezer: om dingen te creëren. Er zijn 39 verschillende activiteiten die daaronder vallen, bijvoorbeeld schrijven, vuur maken, maar ook mag je geen spullen dragen van binnen naar buiten, en andersom.

Dat draagverbod komt uit de tijd dat er een enorm volk van 600.000 man in de woestijn leefde en werkte aan het tabernakel. Het sjouwen van de spullen vanuit het kampement naar buiten was een van de dingen die moesten gebeuren om het heiligdom te verplaatsen en op te bouwen. Daarom werd ook dragen van de privéruimte naar de open vlakte dus gezien als creëren en werk.

Zo’n drieduizend jaar geleden veranderde de situatie van dat woestijnvolk, toen de mensen arriveerden in Israël: dat woestijnvolk ging zich steeds meer vestigen in de steden. Koning Salomon oordeelde dat de straten van de stad eigenlijk een nieuw soort ruimte vormden: het was niet echt een open vlakte, maar ook geen privéruimte. Het zat er een beetje tussenin. Een open ruimte zonder muren, waar 600.000 mensen doorheen konden reizen, zou volgens hem nooit een privéruimte kunnen worden, maar de straten van de stad konden dat wél. Wanneer hofjes bijvoorbeeld afgesloten zouden worden, konden mensen op sabbat water bij de pomp halen.

Om van straten en hofjes zo’n privéruimte te maken, moeten er drie dingen gebeuren. Allereerst moet er een huurtransactie gesloten worden met de persoon die zeggenschap heeft over het gebied. In Amsterdam is dat de burgemeester, omdat dat degene is die over de huizen kan beslissen, bijvoorbeeld bij calamiteiten.

Ten tweede moet er een gemeenschappelijke keuken zijn, die je kunt creëren door op een centrale plek pakken matses te bewaren. Zie het als een hotel: ieder heeft zijn eigen kamer, maar omdat er een gezamenlijk ontbijt is, is het toch één vorm van huisvesting.

En ten slotte moet het gebied afgebakend worden. Dat kan gebeuren door een stenen muur – zoals vroeger het geval was met een stadsmuur, maar dat hoeft niet per se. Als het maar door mensenhanden is gemaakt om de bevolking te beschermen. De oever van het water kun je ook zo beschouwen, en daarbij is het water zelf eveneens een barrière. Verder kun je muren maken door palen neer te zetten, waartussen je draden spant. Of kasten waarin touwen zitten om de weg te overspannen. Als je afspreekt dat dát de muur is, dan ís dat de muur.

De Amsterdamse eroev is sterk en zwak tegelijk: sterk omdat hij bijna helemaal uit kades en water bestaat, en dat verandert niet zomaar op stel en sprong. Maar het zwakkere punt vormen de bressen in de muur: 64 bruggen, tunnels en een aquaduct. Daarmee kun je het water toch oversteken als je wilt. Toch vormen de meeste bruggen geen probleem. 51 ervan zijn ophaalbruggen en omdat die opgehaald kúnnen worden, gelden ze evengoed als onderdeel van de muur, ook als ze niet opgehaald zíjn. De tunnels en aquaducten zijn evenmin een probleem: de vorm van de ingangen vormen een poort, en een poortvorm kan een onderdeel zijn van een muur. Bovendien hebben de meeste tunnels deuren om de boel af te sluiten als er water in dreigt te komen. En op de punten die dán nog overblijven, de vaste bruggen, hebben we zelf poortvormige constructies neergezet, of kastjes geplaatst met daarin een oprolbaar hekwerk waarmee de weg kan worden afgesloten.

Nog een zwakke schakel zijn de winters. Ook via het ijs kun je het water tenslotte oversteken. Er zijn in het verleden rabbijnen geweest die zeiden: in gebieden waar het water maandenlang dicht ligt, kun je nooit een eroev bouwen. Andere zeiden juist: als het kan smelten, is er geen probleem. Wij volgen in Amsterdam de mening dat een eroev geldig is op het moment dat er geen ijs ligt, en ongeldig als de wateren dichtgevroren zijn.

Europeanen zijn vaak bang voor religie in de publieke sfeer, en in andere steden heeft de eroev zelfs tot rechtszaken geleid, maar hier ging het relatief makkelijk, wat past in de eeuwenoude Nederlandse mentaliteit van ‘leven en laten leven’. Dat maakt de Amsterdamse eroev tot iets unieks in Europa.”